Hoe wij ervoor zorgen dat er geen suikerwater in onze honing terechtkomt
Share
Een vraag die we bij Imkerij ’t Gooi regelmatig krijgen is: “Als jullie bijen suikerwater krijgen, hoe weten jullie dan zeker dat dit niet in de honing terechtkomt?” Dat is een heel begrijpelijke vraag. Bijen slaan voedsel dat ze krijgen immers op in de raten. Daarom leggen we graag uit hoe wij dit bij onze bijenvolken aanpakken.
Het belangrijkste om te weten is dat wij de honingkamers al van de bijenvolken hebben afgehaald voordat we beginnen met het voeren van suikerwater. De honing die wij oogsten, is op dat moment dus al uit de bijenkast verwijderd. Het suikerwater dat we daarna geven, komt terecht in de broedkamers en is bedoeld als wintervoorraad voor de bijen.
Eerst de honing eruit, daarna pas voeren
Tijdens het voorjaar en de zomer staan er bij onze bijenvolken honingkamers boven op de broedkamers. In deze honingkamers verzamelen de bijen de nectar die uiteindelijk onze honing wordt. Wanneer het seizoen ten einde loopt, halen wij de honingkamers van de volken af. De honing wordt vervolgens geslingerd, gezeefd en afgevuld.
Pas wanneer de honingkamers zijn verwijderd, begint het voeren voor de winter.
Het suikerwater dat we geven, kan dus inderdaad door de bijen worden opgeslagen in de raten. Maar deze voorraad bevindt zich in de broedkamers. De honingkamers waarin wij onze consumptiehoning oogsten, zijn op dat moment niet meer aanwezig op het volk.
Je kunt het zien als een duidelijke scheiding tussen twee periodes: eerst is er de honingproductie en oogst, daarna begint de wintervoorbereiding.
Het suikerwater komt dus wel in de kast
Daar willen we ook eerlijk over zijn. Het is niet zo dat suikerwater helemaal niet in de bijenkast terechtkomt. Integendeel: dat is juist de bedoeling van het wintervoeren. De bijen nemen het suikerwater op, verwerken het en slaan het op als voedselvoorraad.
Maar het komt op dat moment niet meer in de honingkamers terecht, omdat die al verwijderd zijn.
De suikerwatervoorraad die de bijen in de winter gebruiken, bevindt zich in de broedkamers. Daar blijft deze voorraad totdat de bijen hem in de winter en het vroege voorjaar gebruiken.
Wanneer komen de honingkamers weer terug?
Pas wanneer het nieuwe bijenseizoen begint, verandert dat weer. Zodra in het voorjaar de bomen en planten weer volop gaan bloeien en er voldoende natuurlijke nectar beschikbaar is, beginnen we opnieuw met het plaatsen van honingkamers.
Maar voordat we dat doen, zorgen we ervoor dat de wintervoorraad van suikerwater voldoende is opgebruikt en niet meer aanwezig is op een manier waardoor deze in de nieuwe honingkamers terecht kan komen.
Dat betekent dat er een duidelijke periode zit tussen het voeren met suikerwater en het opnieuw plaatsen van de honingkamers.
De volgorde is dus:
Honingkamers verwijderen → honing oogsten → suikerwater voeren → bijen overwinteren → suikerwatervoorraad wordt opgebruikt → nieuw voorjaar → nieuwe honingkamers plaatsen.
Daarmee voorkomen we dat wintervoer wordt meegenomen in de honing die wij in het nieuwe seizoen oogsten.
Waarom voeren we de bijen eigenlijk?
Na de honingoogst willen we natuurlijk dat onze bijenvolken voldoende voedsel hebben om de winter door te komen. Een bijenvolk heeft daarvoor een flinke voedselvoorraad nodig. Afhankelijk van de situatie van het volk kunnen we daarom suikerwater geven om de wintervoorraad aan te vullen.
We controleren daarbij per volk hoeveel voedsel er aanwezig is en hoe het volk ervoor staat. Het doel is niet om zoveel mogelijk te voeren, maar om ervoor te zorgen dat de bijen met een voldoende voorraad en in goede conditie de winter ingaan.
Waarom kiezen wij voor deze werkwijze?
Wij vinden het belangrijk dat we precies weten welke honing wij oogsten en verkopen. Daarom houden we de honingoogst en het wintervoer bewust van elkaar gescheiden.
Ook speelt de gezondheid van onze bijenvolken mee in onze keuzes. Onze bijen vliegen in een groot gebied rondom de bijenkasten en komen daarbij in aanraking met de omgeving. Uit onderzoek blijkt dat in bijenproducten, waaronder honing en bijenwas, resten van verschillende bestrijdingsmiddelen kunnen worden aangetroffen. Ook wordt onderzocht welke invloed dergelijke stoffen kunnen hebben op de gezondheid en winteroverleving van bijenvolken.
Dat is één van de redenen waarom wij bewust kijken naar hoe we onze volken de winter in laten gaan. We willen onze bijen een gecontroleerde en voldoende voedselvoorraad geven, terwijl we tegelijkertijd zorgen voor een duidelijke scheiding tussen wintervoer en de honing die wij voor consumptie oogsten.
Dus: zit er suikerwater in onze honing?
Nee.
Het suikerwater dat wij na de honingoogst geven, komt inderdaad in de bijenkast terecht en kan door de bijen worden opgeslagen. Maar op dat moment zijn de honingkamers die wij voor onze honing gebruiken al verwijderd.
De bijen overwinteren vervolgens op hun voedselvoorraad in de broedkamers. In het voorjaar, wanneer de natuur weer volop begint te bloeien, wachten wij met het plaatsen van nieuwe honingkamers totdat de wintervoorraad voldoende is opgebruikt.
Zo ontstaat er opnieuw een duidelijke scheiding: de honing die wij in het nieuwe seizoen oogsten, wordt gemaakt van de nectar die de bijen vanaf dat moment uit bloemen en bloesem verzamelen.
Dat vinden wij belangrijk. Want als je een potje honing van Imkerij ’t Gooi koopt, willen we dat je precies weet wat je krijgt: honing die door onze bijen uit de natuur is verzameld, geoogst door ons en met zorg in een potje is gedaan.
De bijen maken de honing. Wij zorgen ervoor dat hun wintervoorraad en onze honingoogst goed van elkaar gescheiden blijven.
In het volgende blogbericht leggen we uit waarom we er voor kiezen om onze volken niet (meer) te laten overwinteren op hun eigen honing.